1. Waar dit perspectief over gaat
Dit perspectief kijkt naar wat we als waardevol beschouwen wanneer mens en machine steeds nauwer samenwerken. Niet alleen in productie of besluitvorming, maar ook in denken, afwegen en zorgen. In zo’n wereld verandert niet alleen hoe we werken, maar ook wat we belonen.
2. Wat er zichtbaar wordt
Wanneer mens en machine samen functioneren, verschuift waarde op een aantal concrete punten:
- Minder waarde ligt in het uitvoeren van taken die ook door systemen kunnen worden gedaan,
- Meer waarde ontstaat bij het duiden, afwegen en interpreteren van informatie,
- Besluitvorming wordt belangrijker dan uitvoering,
- Vertrouwen, context en verantwoordelijkheid krijgen economische betekenis,
- Tijd en aandacht worden schaarser dan rekenkracht,
- Inkomensmodellen zoals Universal Basic Income (UBI) verschijnen in dit licht niet als eindoplossing, maar als signaal dat waarde, arbeid en bestaanszekerheid steeds minder vanzelfsprekend samenvallen.
Met andere woorden: niet snelheid of output bepaalt waarde, maar kwaliteit van oordeel.
3. Spanningsvelden die ontstaan
Deze verschuiving roept vragen op die niet eenvoudig op te lossen zijn:
- 1. Wat belonen we als systemen steeds efficiënter worden?
- 2. Hoe waarderen we werk dat vooral bestaat uit afwegen en zorg dragen?
- 3. Wie draagt verantwoordelijkheid wanneer mens en machine samen beslissen?
- 4. Kunnen universele economische modellen recht doen aan de lokale context?
4. Plaats binnen AIAS
Binnen AIAS wordt economie niet gezien als een rekenmodel, maar als een manier om keuzes zichtbaar te maken. Dit perspectief laat zien dat waarde niet alleen wordt geproduceerd, maar ook wordt toegekend: door mensen, binnen context, over tijd.
AIAS biedt geen nieuw economisch systeem, maar helpt om beter te begrijpen waarom bestaande modellen onder druk komen te staan wanneer mens en machine niet langer gescheiden handelen.
5. Voorbeeld — Organisatiecontext
In een organisatie waar AI steeds meer analyse, rapportage en voorbereiding overneemt, verschuift waarde zichtbaar. Waar voorheen output en snelheid centraal stonden, ontstaat nu ruimte voor andere vormen van bijdrage. Medewerkers die context begrijpen, risico’s herkennen, belangen kunnen afwegen en besluiten kunnen verantwoorden, worden belangrijker dan degenen die vooral veel produceren.
Ook rollen veranderen. Teams die in staat zijn om te vertragen op het juiste moment, om kwaliteit boven tempo te stellen en om menselijk oordeel toe te voegen aan systeemoutput, leveren meer waarde dan teams die alleen optimaliseren. De economische waarde van een organisatie zit daarmee steeds minder in wat zij doet, en steeds meer in hoe zij kiest.